AI-geletterdheidstraining: wat erin hoort en wat je moet vastleggen

Een AI-geletterdheid training die je niet vastlegt, bestaat juridisch niet. Je hebt drie uur besteed, mensen hebben iets geleerd, en op het moment dat iemand ernaar vraagt heb je precies niets om te laten zien.

Dat is de kern van artikel 4 van de AI-verordening, en het is de reden dat de meeste trainingen op het verkeerde stuk focussen. De inhoud is meestal prima. Het dossier ontbreekt.

Hieronder staat wat er volgens de Europese Commissie minimaal in een AI-geletterdheidsprogramma hoort, en wat je moet vastleggen om er iets aan te hebben.

Wat er in een AI-geletterdheid training hoort volgens de Commissie

De Europese Commissie heeft een vraag-en-antwoorddocument gepubliceerd over artikel 4. Daarin staan vier elementen die een AI-geletterdheidsprogramma minimaal moet bevatten.

1. Algemeen begrip van AI binnen de organisatie. Wat is een AI-systeem, wat kan het wel en niet, waar komen fouten vandaan. Geen techniek, wel begrip. Iemand die niet weet dat een taalmodel dingen kan verzinnen die overtuigend klinken, kan de uitkomst niet beoordelen.

2. De rol van de organisatie. Ben je aanbieder of gebruiksverantwoordelijke? Dat bepaalt welke verplichtingen op jou rusten en wat je mensen daarover moeten weten. De meeste MKB-bedrijven zijn gebruiksverantwoordelijke, maar wie zelf een AI-assistent op een bestaand model bouwt, kan alsnog aanbieder worden.

3. Het risico van de specifieke systemen die je gebruikt. Niet AI in het algemeen, maar jouw AI. Een tool die interne notulen samenvat vraagt iets anders dan een tool die klantmails beantwoordt.

4. Maatregelen die op die drie punten zijn gebouwd, afgestemd op het technische niveau van je mensen en de context waarin ze werken.

Dat vierde punt is waar generieke e-learning het laat afweten. Een cursus die niet naar jouw tools en jouw processen verwijst, dekt punt 3 en 4 niet. Hij is niet waardeloos, hij is alleen zwak bewijs.

De vier minimumelementen van een AI-geletterdheidsprogramma volgens de Europese Commissie
Wat de Commissie minimaal verwacht in een AI-geletterdheidsprogramma

Wat er inhoudelijk in de zaal hoort

De vier elementen zijn het frame. Dit is wat er in de praktijk aan tafel moet komen als je een dagdeel hebt.

De drie niveaus van AI-inzet. Een chatbot waar iemand een vraag stelt. Een workflow waar AI een stap in een proces doet. Een agent die zelfstandig meerdere stappen zet. Het risico loopt op met het niveau, en de meeste mensen kennen alleen het eerste.

Welke gegevens niet in een gratis tool horen. Dit is het meest concrete stuk en het stuk waar in de zaal altijd iets losbreekt. Persoonsgegevens van klanten, offertes van concurrenten, broncode, medische of financiële dossiers. Mensen doen dit niet uit onwil, ze doen het omdat niemand het ooit heeft gezegd.

Wanneer een mens moet kijken voordat het naar buiten gaat. Dit is de belangrijkste afspraak die je maakt, en hij is per proces anders. Een interne samenvatting hoeft niet langs een tweede paar ogen. Een prijsopgave wel.

Wat je doet als het misgaat. Wie meld je het, wat leg je vast. Zonder die afspraak wordt een fout stilgehouden en leer je er niets van.

Hun eigen werk. Iedereen zet aan het eind van de sessie één toepassing klaar voor de eigen praktijk. Zonder dat blijft het theorie en is het over twee weken weg.

De rest is invulling. Wat het niet moet worden is een promptcursus. Prompt engineering is een vaardigheid, geen geletterdheid, en artikel 4 gaat over het tweede.

Waarom het registratiepakket het deliverable is

Hier zit het verschil tussen "we hebben iets met AI gedaan" en een dossier waarmee je een toezichthouder te woord staat.

Vier dingen moeten op papier:

Deelnemersregistratie. Naam, functie, datum, duur, onderwerp. Per persoon. Dit is het document dat de vraag "wie is er getraind" beantwoordt, en zonder dit document is elk ander stuk in je dossier los zand.

Het gedateerde programma en lesmateriaal. Wat is er behandeld, en wanneer. Een programma zonder datum is over een jaar waardeloos, want dan kun je niet laten zien dat het aansloot op de tools die je toen gebruikte.

Een kennistoets met uitslag per deelnemer. Sinds de Digital Omnibus van juli 2026 hoef je geen niveau te garanderen, dus de toets is geen slaag-of-zakmoment meer. Hij is wel het bewijs dat je hebt gecontroleerd of de boodschap is geland. Dat is een verschil in bewijskracht dat weinig kost.

Een maatregelendocument van twee A4. Wat heb je gedaan, waarom past dat bij jouw risico's, en wanneer herzie je het. Dit is het stuk dat de losse acties tot beleid maakt.

Dat pakket kost bij het maken een uur of twee extra. Het is het enige deel van de training dat over twaalf maanden nog waarde heeft.

Lees ook: AI-geletterdheid: wat de wet sinds februari van je vraagt

De valkuil van de grote sessie

De meest gemaakte fout: iedereen tegelijk in de zaal, één keer, klaar.

Dat werkt om drie redenen niet.

De groep is te gemengd. Een controller en een marketeer hebben een ander risicoprofiel en een ander AI-gebruik. Wat voor de een relevant is, is voor de ander ruis. Aan het eind heeft iedereen iets gehoord en niemand iets dat op zijn eigen werk slaat.

Nieuwe mensen vallen erbuiten. Artikel 4 is geen eenmalige actie. Iemand die in november binnenkomt, valt er net zo goed onder als de mensen die in augustus in de zaal zaten. Zonder herhaalmoment loopt je dossier leeg.

De tools veranderen. Wat je in augustus behandelt over een AI-assistent, klopt in februari mogelijk niet meer. Een programma zonder herzieningsdatum veroudert stil.

De praktische oplossing is niet ingewikkeld: splits naar rol, plan een herhaling binnen twaalf maanden, en zet een herzieningsdatum in je maatregelendocument.

Wat het kost, en waar het geld in zit

Ik reken €2.950 voor de eerste sessie van drie uur, €1.250 voor elke extra sessie op dezelfde dag, en €750 voor een herhaalsessie binnen twaalf maanden.

Dat prijsverschil verdient uitleg, want de eerste en de extra sessie duren even lang. Het verschil zit in de voorbereiding: het programma afstemmen op jouw tools, jouw rolbepaling en jouw risico's. Die voorbereiding doe je één keer, ongeacht hoeveel groepen erdoorheen gaan.

Het herhaaltarief is bewust laag. Artikel 4 is geen eenmalige verplichting, en een tarief dat herhaling ontmoedigt werkt tegen het doel van de training.

Ter vergelijking: vijfentwintig mensen los inschrijven bij een open AI-compliance-opleiding kost al snel €250 per persoon, dus €6.250, en levert geen deelnemersregistratie op je eigen naam op. Een AI Act-studiedag bij een gespecialiseerd opleidingsinstituut kost rond de €975 per deelnemer en gaat over voorbeeldcasussen in plaats van je eigen systemen.

Wat je eerst moet doen

Niet de training boeken. Eerst de inventaris.

Zonder te weten welke AI er in je bedrijf draait, kun je punt 3 van de Commissie niet invullen, en dan train je op algemeenheden. Dat is precies de generieke e-learning waar ik hierboven over schreef, alleen dan duurder omdat er iemand voor de zaal staat.

Een uur werk: vraag elke afdeling welke AI-tools ze gebruiken, open en zonder dreiging. Dan weet je meteen welke groep het eerst moet.

Veelgestelde vragen

Wat je hierna doet

Als je weet welke AI er draait en welke groep het hoogste risico loopt, is de training een afspraak van een halve dag.

Weet je dat niet, dan is een AI Act-nulmeting de logische eerste stap: een inventaris van elk AI-systeem in het bedrijf, de rolbepaling, de risicoclassificatie en de stand op AI-geletterdheid. Twee weken, €1.500.

Plan een kennismakingsgesprek en dan bepalen we samen of je met de nulmeting of direct met de sessie begint.

Vincent van Deth

AI Strategy & Architecture

Vincent van Deth bouwt productiesystemen met AI voor het MKB. Hij is de maker van VNX, een multi-agent LLM orchestrator, en helpt teams betrouwbare AI-automatisering te shippen — zonder bullshit.

Reacties

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Reacties worden beoordeeld voor plaatsing.

Reacties laden...