AI-geletterdheid is het vermogen van je mensen om AI-systemen met begrip in te zetten: weten wat het systeem doet, waar het misgaat, en wanneer je het antwoord niet mag vertrouwen. Sinds 2 februari 2025 is het een wettelijke verplichting voor elke organisatie die AI gebruikt. Niet alleen voor wie AI bouwt.
Dat laatste is de zin waar de meeste ondernemers overheen lezen. Je hoeft geen software te maken. Je hoeft geen hoog-risico systeem te draaien. Je hoeft alleen ChatGPT aan te hebben staan bij je marketingafdeling, en artikel 4 van de AI-verordening geldt voor jou.
Tot voor kort had dat weinig consequenties. Vanaf 2 augustus 2026 verandert dat, want dan begint de handhaving.
Wat er precies in de wet staat
Artikel 4 van de AI-verordening legt de plicht bij twee partijen: de aanbieder van een AI-systeem en de gebruiksverantwoordelijke. Die tweede rol is waar vrijwel elk MKB-bedrijf in valt. Je koopt AI in, je zet het in, je bent gebruiksverantwoordelijke.
De verplichting: maatregelen nemen om te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij je personeel en bij iedereen die namens jou met AI-systemen werkt. Dat laatste is breder dan je denkt. Een ingehuurde tekstschrijver die jouw ChatGPT-account gebruikt, valt eronder.
De Digital Omnibus heeft de formulering in juli 2026 verzacht. Verordening (EU) 2026/1744 is aangenomen op 8 juli 2026 en in werking sinds 27 juli 2026. Waar de oude tekst sprak van "zoveel als mogelijk zorgen voor" een toereikend niveau, spreekt de nieuwe tekst van maatregelen die de ontwikkeling ervan ondersteunen. Er is expliciet aan toegevoegd dat de plicht niet betekent dat je een bepaald niveau moet garanderen.
Dat scheelt. Het betekent dat je geen examenuitslag hoeft te overleggen voor elke medewerker. Wat het niet betekent, is dat de plicht weg is. Je moet nog steeds kunnen laten zien dat je iets hebt gedaan, en dat het passend was.

Waarom 2 augustus 2026 de datum is die telt
Artikel 4 geldt al anderhalf jaar. Wat er op 2 augustus 2026 bijkomt, is niet de plicht maar de tanden.
Vanaf die datum zijn de toezichthouders aangewezen en operationeel. In Nederland is de Autoriteit Persoonsgegevens de coördinerend toezichthouder op AI en algoritmes. Vanaf 2 augustus 2026 kan die controleren of je aan artikel 4 voldoet.
Over de boete moet ik precies zijn, want daar circuleert onzin. Je ziet vaak €35 miljoen of 7% van de wereldwijde omzet genoemd. Dat is de tier voor verboden AI-praktijken, zoals sociale scoring. Die heeft niets met AI-geletterdheid te maken.
Artikel 4 staat niet in een eigen boetecategorie in artikel 99. Schending van verplichtingen die op gebruiksverantwoordelijken rusten valt onder artikel 99 lid 4: tot €15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste van de twee. Voor een MKB-bedrijf is dat een theoretisch getal. De reële consequentie is anders en concreter.
Die reële consequentie is dit: als er iets misgaat met een AI-systeem in je bedrijf, is de eerste vraag van elke toezichthouder, verzekeraar of afnemer of je mensen wisten wat ze deden. Kun je dat niet laten zien, dan sta je met lege handen op het moment dat je het het minst kunt gebruiken.
Lees ook: AI Act op 2 augustus: wat ingaat, en wat is uitgesteld
Wat "toereikend" in de praktijk betekent
De wet noemt geen uren, geen certificaat en geen curriculum. Dat maakt hem lastig en tegelijk werkbaar: de maatstaf is de context waarin jij AI inzet.
Drie factoren bepalen wat toereikend is voor jouw bedrijf.
Wat het systeem doet. Een AI die conceptteksten schrijft die een mens daarna nakijkt, vraagt minder dan een AI die zelfstandig e-mails naar klanten stuurt. Hoe verder het systeem van een menselijke controle af staat, hoe meer je mensen moeten begrijpen.
Wie ermee werkt. Een ontwikkelaar heeft andere kennis nodig dan een accountmanager. De verordening vraagt om af te stemmen op de rol, niet om iedereen hetzelfde te leren.
Wat er misgaat als het fout loopt. AI in een offerte is iets anders dan AI in een dossier met persoonsgegevens. Het risico bepaalt de diepgang.
Het Europees AI-bureau heeft een levend register gepubliceerd met meer dan 40 voorbeelden uit bedrijven en overheden: formele trainingen, workshops, bewustwordingssessies en peer-learning. Dat register is geen norm en geen keurmerk. Het is bedoeld om te laten zien wat andere organisaties doen, verdeeld over gepland, deels uitgerold en volledig ingevoerd. Handig als ijkpunt, niet als checklist.
Waarom dit geen IT-onderwerp is
Hier gaat het in de praktijk mis. AI-geletterdheid landt bij de IT-afdeling of bij de persoon die "iets met AI doet", en daarmee wordt het een tooltraining. Hoe schrijf je een goede prompt, welke knoppen zitten waar.
Dat is nuttig en het is niet wat artikel 4 vraagt.
De verplichting rust op de organisatie, niet op een afdeling. Ze gaat over de vraag of de mensen die met AI werken de gevolgen van hun keuzes overzien. Welke gegevens mogen er niet in een gratis tool. Wanneer moet een mens het antwoord controleren voordat het naar buiten gaat. Wie is aanspreekbaar als het misgaat.
Dat zijn geen IT-vragen. Dat zijn vragen over verantwoordelijkheid, en die worden aan de directietafel beantwoord.
In mijn eigen werk zit die scheiding in het systeem zelf ingebouwd. Elke AI-actie in mijn omgeving laat een spoor achter in een grootboek: wat is er gevraagd, welk model heeft het opgepakt, wat kwam eruit, wie keek ernaar. Dat is geen wettelijke eis voor het MKB. Het is de reden dat ik bij een vraag achteraf niet hoef te gokken. En het maakt AI-geletterdheid meetbaar: je kunt zien wie welke beslissing aan een systeem overliet.
Het punt is niet dat je dat grootboek moet bouwen. Het punt is dat de vraag "wie besliste dit" een antwoord moet hebben.
Wat je moet kunnen aantonen
De verzachting uit de Digital Omnibus haalt de bewijslast niet weg, ze verlegt hem. Je hoeft geen niveau te garanderen. Je moet wel laten zien dat je maatregelen hebt genomen die bij jouw situatie passen.
In een dossier dat standhoudt zit dit:
- Een overzicht van welke AI er in je bedrijf draait. Inclusief wat je mensen zelf hebben aangezet zonder het te melden. Dat is bijna altijd meer dan de directie denkt.
- Een rolbepaling per systeem. Ben je aanbieder of gebruiksverantwoordelijke? Bij ingekochte tools bijna altijd het tweede, maar niet altijd: pas je een systeem substantieel aan, dan kun je aanbieder worden.
- Wie welke training kreeg, wanneer, en waarover. Namen, functies, datum, duur, onderwerp. Zonder registratie is een training een gezellige middag waar je niets mee kunt.
- Het lesmateriaal met een datum erop. Een programma van vorig jaar dekt de tools van dit jaar niet.
- Een maatregelendocument. Twee A4 waarin staat wat je hebt gedaan, waarom dat passend is voor jouw risico's, en wanneer je het herziet.
Punt 3 is waar het in de praktijk stukloopt. Bedrijven doen wel degelijk iets aan AI-kennis. Ze leggen het alleen niet vast, en achteraf is er geen verschil tussen "we hebben er niets aan gedaan" en "we hebben er iets aan gedaan maar kunnen het niet laten zien".
Hoe je begint
Niet met een training. Begin met de inventaris, want zonder te weten wat er draait kun je niet bepalen wat passend is.
Deze week. Vraag elke afdeling welke AI-tools ze gebruiken. Vraag het open, niet als controle, anders krijg je een onvolledig antwoord. Je zoekt ook de gratis accounts die iemand zelf heeft aangemaakt.
Deze maand. Bepaal per tool wie ermee werkt en wat er misgaat als het antwoord fout is. Dat geeft je de prioriteitsvolgorde vanzelf: de tool met het grootste risico en de meeste gebruikers gaat eerst.
Dit kwartaal. Regel de training voor de groep met het hoogste risico, en leg vast wie erbij was. Daarna de rest.
Doe het in die volgorde. Ik zie regelmatig het omgekeerde: eerst een middag voor iedereen, daarna de constatering dat de helft van de zaal nooit met AI werkt en de mensen die het wél doen er niet bij zaten.
Veelgestelde vragen
Waar dit heen gaat
AI-geletterdheid is de goedkoopste verplichting uit de hele verordening. Geen conformiteitsbeoordeling, geen technische documentatie, geen externe audit. Een inventaris, een paar sessies en een dossier.
Het is ook de verplichting die het langst blijft liggen, omdat hij niet urgent voelt. Tot het moment dat iemand ernaar vraagt.
Wil je weten waar je nu staat, dan is een AI Act-nulmeting het startpunt: een inventaris van elk AI-systeem dat in je bedrijf draait, de rolbepaling per systeem, de stand op AI-geletterdheid, en een lijst met wat wanneer moet. Dat kost €1.500 en levert een rapport op dat je zelf aan je accountant of je grootste afnemer kunt geven.
Plan een kennismakingsgesprek en dan hoor ik binnen vijf minuten of dat het juiste startpunt voor je is.